Introductie

Het Kenniscentrum Vlaamse Steden kreeg in haar tweede samenwerkingsovereenkomst de opdracht om de centrumsteden en de VGC te ondersteunen in hun zoektocht naar een meer duurzame stedelijkheid. Het transitie-concept werd daarbij als een leidraad naar voor geschoven. TRAKSIS is één van de instrumenten waarmee deze ondersteuning van de steden in hun omslag (of transitie) naar duurzaamheid vorm krijgt.

Steden staan voor de opdracht om hier en nu projecten uit te denken die de stad vooruit helpen, meer leefbaar maken, meer duurzaam en meer sociaal.

  • Hoe begin je daaraan?
  • Hoe kan je met die complexiteit toch op een handzame manier omgaan in je projecten?
  • Wat en hoe kan je verbeteren aan een project - of het nu loopt of nog moet opgestart worden - om het meer gericht te maken op stedelijke duurzaamheidstransities?

 

Met die opgave in het achterhoofd ontwikkelde VITO in 2013 samen met een stuurgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de centrumsteden en VGC en externe experten een bevattelijk en toegankelijk instrument dat mensen in de steden daarbij kan ondersteunen. Dat werd TRAKSIS, een actie- en leergericht referentiekader om projecten te verbreden en te verdiepen in het kader van transitiedenken.

Hieronder kan u zo'n referentiekader aanmaken voor jezelf of een groep maken waar de verschillende leden van de groep elk afzonderlijk het referentiekader invullen voor hetzelfde project.

Gebruik kan individueel én in groep

Je kan de oefening in je eentje maken zonder de ambitie te hebben de resultaten achteraf te delen met collega’s.

 

Omdat de reflectie over de vragen minstens zo relevant is als het antwoord, is het aan te raden om het referentiekader niet alleen in te vullen, maar indien mogelijk met andere betrokkenen bij het project. Bij het testen van het kader bleek dat het samen invullen van de vragen, samen reflecteren over de vragen, de interpretatie ervan delen, en samen een antwoord formuleren een echte meerwaarde betekende voor het denkproces rond projecten en initiatieven.

Minstens even goed werkt het eerst individueel invullen van het kader door(alle) betrokkenen bij het project en het daarna samenleggen van al die resultaten als startpunt voor het proces. Dat levert gegarandeerd een verhelderend gesprek over de verschillen en gelijkenissen dat dit opgeleverd heeft.